Menu

X Omdat je bent ingelogd zie je op deze pagina de berichten uit al je groepen. Alleen jij ziet deze informatie.

Buurtverhalen

Hieronder staan alle verhalen of blogs die je buurtgenoten op de site plaatsten. Ze zijn blij met jouw reactie!

2017 2016 2014
Pagina's (1): 1
Titel Omschrijving
De school en de wijk #2Geschreven door Maaike Verberg en Simone van de WeteringTussen het Ecuplein en het Corfuplantsoen staat de basisschool De Odyssee. In meerdere verhalen die we ophaalden bij buurtbewoners kwamen scholen, en dan met name basisscholen, naar voren als belangrijke plekken in de wijk. Welke rol speelt de school in de wijk? Is de school een plek waar veel buurtbewoners samenkomen? En in hoeverre zijn scholen een weerspiegeling van de wijken waarin ze staan? Deze vragen bespraken we eerder met Richard en Liesbeth van de middelbare school het Calandlyceum. Op een koude woensdagochtend in november leggen we ze voor aan Wilma, sinds 2009 directrice van De Odyssee. Wilma: “een echte wijkschool”.De wijkschoolOngeveer 95% van de leerlingen van De Odyssee komt volgens Wilma uit de wijk, wat de school een echte wijkschool maakt. Maar: “voor de buurt zelf organiseren we geen bijeenkomsten. Het betrekken van de wijk was geen prioriteit toen ik begon als directrice.” Maar dat wordt het wel steeds meer. Zo werkt groep 8 aan het project Welkom in mijn Wijk, en ligt er een plan om met de leerlingen van de drie scholen in de buurt een kaart van de wijk te maken met daarop alles wat er in de wijk te beleven valt. Wilma: “Samen met De Horizon en Het Bovenland, de twee andere basisscholen in de wijk, vormt De Odyssee ‘het kleine netwerk’. We zijn nu nog zoekende, maar verkennen samen de mogelijkheden voor de toekomst om samen de wijk te bedienen. Als de jeugd op jonge leeftijd wordt meegenomen om zich verantwoordelijk te voelen voor de wijk waarin zij wonen, dan blijven ze wellicht op latere leeftijd ook verantwoordelijk met de wijk omgaan.”Foto: Kennisland (CC BY)Het schoolplein als hangplek voor jongerenHet plein rondom de school heeft wel een publieke functie voor de buurt: het is toegankelijk voor iedereen. Op de bankjes buiten de hekken en op de parkeerplaatsen wordt ‘s avonds vaak gehangen door jongeren. Maar helaas ervaart de school daar veel last van. Wilma: “Het hek is zeker 20 keer kapot gemaakt de afgelopen 5 jaar. Prullenbakken en bankjes worden in brand gestoken en er is zelfs een boompje gekapt.” Wilma is blij dat de openbare ruimte rondom de school wordt gebruikt, maar is minder gelukkig met de gevolgen hiervan voor de school. Al meerdere malen heeft ze geprobeerd in contact te komen met de jongeren. Zo heeft Wilma zelf een briefje opgehangen waarop stond dat het prima is dat ze hier hangen, én het vriendelijke verzoek de plek wel schoon te houden. Wilma: “Dat werkte niet. De conciërge is dagelijks bezig rommel op te ruimen voordat de school open gaat.”Foto: Kennisland (CC BY)Daarom heeft Wilma de hulp ingeschakeld van buurtorganisaties voor jongeren zoals Streetcornerwork en contact opgenomen met de wijkagent. Wilma: “Het zou helpen als een instantie die erin is gespecialiseerd om in gesprek te gaan met jongeren, fungeert als mediator.” Helaas heeft dat tot dusver volgens Wilma niet veel opgeleverd: “Het is lastig om te bedenken waar er behoefte aan is bij jongeren, omdat de behoefte ook weer wisselt als er een ‘nieuwe groep’ opstaat.” Op de vraag welke voorzieningen voor jongeren de buurt nodig heeft, heeft Wilma dan ook niet zo snel een antwoord. “Voorzieningen zijn ook vaak afhankelijk van subsidies, die regelmatig anders worden ingezet, bij bijvoorbeeld verandering van bestuur van het stadsdeel.” Hoewel ze dus nog niet precies weet hoe, en hiervoor de hulp van gespecialiseerde organisaties wil inzetten, is het volgens Wilma voor de school wel noodzakelijk dat er iets gebeurt om het contact met deze jongeren te verbeteren.Behoefte aan buurtcontactMinder zeker is Wilma over het belang van meer of intensiever onderling contact tussen buurtbewoners. In principe is het Huis van de Wijk er in de buurt voor om dat contact te stimuleren. Wilma: “Maar de rol van het Huis van de Wijk is niet helemaal duidelijk; het is niet bekend wat er te doen is of hoe je dingen kunt organiseren. Het Huis van de Wijk is daarnaast nogal onzichtbaar voor de bewoners.” Wilma vraagt zich af hoe het Huis van de Wijk een meer betekenisvolle rol in de buurt zou kunnen vervullen. Tegelijkertijd vraagt ze zich af of er in de Aker wel echt behoefte is aan meer buurtcontact en meer georganiseerde activiteiten voor de wijk. Buiten de school om is er volgens Wilma niet veel contact tussen de ouders, en dus de bewoners van de wijk, onderling. Wilma: “Het contact gaat vaak niet verder dan 3, 4 huizen. Mensen zijn veel weg overdag, de Aker is een slaapwijk”. Daarnaast, zegt Wilma, leven we in een tijd waarin mensen steeds meer op zichzelf gericht zijn: “Het aantal ouders dat betrokken is, lijkt af te nemen in vergelijking met tien jaar geleden.”Toch is een basisvorm van contact, waarbij echt samen wordt geleefd, volgens Wilma wel cruciaal. Ze vraagt zich af of de samenstelling van de wijk aan het veranderen is: “Er lijkt een afname van bewoners met een autochtone afkomst te zijn.” Het streven is de scholen in de wijk ‘grijs’ te houden. Wilma: “We denken te zien dat er steeds minder kinderen van autochtone afkomst naar de drie basisscholen in de Aker komen. Ik denk dat steeds meer kinderen van autochtone ouders op de basisschool in Badhoevedorp worden geplaatst. Maar de scholen willen graag een goede mix van kinderen met diverse achtergronden.” Omdat het afhankelijk is van stedelijk plaatsingsbeleid waar welke kinderen op school terecht komen, ziet Wilma daar ook de mogelijkheid voor actie: “Het stedelijk plaatsingsbeleid zou ervoor moeten zorgen dat de scholen zo grijs mogelijk zijn en blijven. Hoe kunnen we voorkomen dat de verplaatsing naar Badhoevedorp doorzet? Dit is voor alle kinderen in een multiculturele stad als Amsterdam het beste. Dat geldt ook voor een wijk; een mix van zoveel mogelijk verschillende mensen.”Het verhaal van Wilma laat zien hoe de school een afspiegeling is van de wijk. De Odyssee als wijkschool van de Aker, waar te zien is wie er in de wijk woont, hoe de bewoners zich tot elkaar verhouden, met welke problemen en ontwikkelingen de wijk te maken heeft, hoe de wijk verandert, én hoe er wordt geprobeerd om op een prettige manier samen te leven.Bron: de PlaatsmakersVoor alle buurtverhalen van de Plaatsmakers in de Aker klik hier >>
De school en de wijk #1Geschreven door Simone van DijkIn de verhalen van buurtbewoners is de school tot nu toe vaak naar voren gekomen. De school blijkt een belangrijk instituut in de wijk. Vooral de basisscholen De Horizon en De Odyssee worden dan vaak genoemd — meermaals zijn die bestempeld als echte ‘buurtscholen’. Maar de middelbare scholen die in de wijk staan, zoals het Wellantcollege en het Calandlyceum, worden veel minder vaak genoemd. Aan de ene kant is dit logisch: vaak komen leerlingen van middelbare scholen vanuit de hele stad, en zijn kinderen voor de keuze van hun middelbare school dus niet gebonden aan de scholen in hun wijk. Maar jongeren van middelbare schoolleeftijd worden vaak genoemd in de verhalen van buurtbewoners en lijken een aanwezige rol te spelen in de buurt. Daarom leek het ons interessant eens een kijkje te gaan nemen op een van de middelbare scholen uit de wijk, het Calandlyceum. In hoeverre is de school een afspiegeling van de wijk? Wat is de relatie tussen de school en de wijk? En welke ervaringen heeft de school met jongeren uit de wijk? Wij spraken we met Richard, decaan, en Liesbeth, docente biologie en buurtbewoonster.“Gemengde school”Het Calandlyceum is een openbare scholengemeenschap voor VMBO-T, HAVO, VWO en gymnasium en biedt daarnaast ook speciale onderwijsprogramma’s aan voor topsportende leerlingen, een kunst- en cultuurklas, en een technasium curriculum. Simone en ik hebben vandaag een afspraak met Richard, decaan van het Calandlyceum. Als wij even op Richard staan te wachten bij de balie beneden, roepen de kleuren van de hal herinneringen op aan mijn eigen middelbare schooltijd: de blauwe zeilen vloer en de muren geschilderd in fel rode en gele kleuren herinneren me aan alle pauzes en tussenuren die ik heb gespendeerd in de hal van mijn eigen school.Nadat we eenmaal in Richard’s kantoortje hebben plaatsgenomen, begint Richard te vertellen over de school. Volgens Richard is het Calandlyceum een “echte gemengde school”. Maar het zijn vooral veel ‘biculturele kinderen’ die naar de school komen. Richard: “We trekken veel kinderen uit de buurt, maar autochtone kinderen fietsen waarschijnlijk door naar het centrum”. Toch zou hij het Calandlyceum geen ‘zwarte school’ noemen. “Het technasium en de topsportafdeling die we aanbieden zijn wel redenen om ‘niet af te slaan’ voor sommige autochtone kinderen. Dus in dat opzicht zijn we denk ik wel een goede afspiegeling van de wijk.”Als we vragen naar de connectie tussen de school en de wijk, moet Richard even nadenken. De school heeft veel contact met hulpverlening, en er is goed contact met de wijkagent. Verder werkt de school met het project Topscore, waarin jongeren uit de wijk verschillende sportcursussen worden aangeboden. Maar over het algemeen is er niet heel veel contact tussen de wijk en de school.Straatcultuur vs. schoolcultuurDan komt het gesprek op het onderwerp ‘jongeren in de buurt’. Overlast van jongeren uit de buurt is vaak naar voren gekomen uit de verhalen van buurtbewoners. Richard, die dagelijks met jongeren uit de buurt te maken heeft, denk dat mensen vaak bij voorbaat bang zijn. “Dat zien we hier ook op school: de straatcultuur botst met de schoolcultuur, en veel mensen kunnen daar niet goed mee omgaan”. Dan ontstaan er ideeën over jongeren die niet perse de realiteit afspiegelen: “Je moet de problemen wel in perspectief zien: van de 1800 leerlingen, gaat het er met 1500 heel erg goed. Dit is ook zo in de wijk waarschijnlijk: het meeste gaat gewoon goed.”Huurwoningen vs. koopwoningenEen paar weken later ben ik bij manege De Ruif. Vanachter het glas in de kantine kunnen de ouders hun hobbelende kids op pony’s in de gaten houden. Daar spreek ik Liesbeth, docente biologie aan het Calandlyceum en buurtbewoonster, die tijdens ons gesprek af en toe een blik werpt op haar zoon die beneden in ‘de bak’ paardrijles heeft.In gesprek met Liesbeth, hier samen met haar dochter bij manege De Ruif (Foto: Kennisland CC BY)Liesbeth werkt en woont in de wijk: ze geeft biologieles op het Calandlyceum en woont in de Valutabuurt. Ze vertelt mij dat zij en haar gezin een tijdje geleden zijn verhuisd binnen de wijk, van een vrije sector huurwoning naar een koopwoning aan de Valutaboulevard. Ze ervaart een enorm verschil tussen de twee delen van de wijk, vooral in sfeer. Liesbeth vertelt over het weinige contact tussen buren in de ‘vrije sector buurt’: veel huizen leken “hermetisch afgesloten” en “er hing een sfeer van achterdocht”. De speeltuintjes in de buurt werden meermaals vernield en er hingen vaak jongeren met brommers. Ook lagen de sloten altijd vol met viezigheid, en had Liesbeth niet het gevoel dat er ooit iets aan werd gedaan. De wijk rondom de Valutaboulevard daarentegen is veel ruimer opgezet en “geeft een opener gevoel”. Volgens Liesbeth zijn de mensen in dat deel van de wijk een stuk toegankelijker, hoewel het contact tussen buren gering blijft. Voor de kinderen is het ook fijner: de speeltuintjes zijn beter onderhouden en er is veel groen.Liesbeth’s beide kinderen gaan naar basisschool De Horizon. Als ik haar vraag naar hoe deze school zich verhoudt tot de buurt, noemt Liesbeth het ‘een eilandje’: hoewel er wel veel kinderen uit de buurt op de school zitten, worden er vooral school-gerelateerde dingen georganiseerd, geen dingen met de wijk perse. Net als op het Calandlyceum, volgens Liesbeth.“Buurtje”Ik realiseer me dat wij er misschien ook wel af en toe teveel vanuit gaan dat ‘sociale cohesie’ is wat mensen willen in de buurt, en dat dat zich kenmerkt door burencontact en de connectie tussen instituties zoals de school en ‘de buurt’. Liesbeth zet me met beide benen op de grond: “Ik merk dat veel mensen geen behoefte hebben om er een buurtje van te maken.”Toch is er wel iets dat me blijft interesseren: hoe vaak verschillende ‘groepen’ worden genoemd in verhalen en de kloof die tussen die groepen wordt beschreven. In dit geval de ‘biculturele kinderen’, die volgens Richard eerder geneigd lijken te zijn naar het Calandlyceum te komen, versus de autochtone kinderen die toch eerder naar de ‘centrumscholen’ zullen trekken. Maar ook de bewoners van huur- versus koopwoningen zijn al meermaals genoemd als verschillende groepen in de buurt waartussen weinig onderling contact lijkt voor te komen. De school lijkt mij een instituut waar kinderen vanuit verschillende hoeken samenkomen. Of ontstaan de verschillende groepen al op school? En op basis waarvan worden scholen dan gekozen? De komende tijd houden we ons bezig met deze vragen en gaan we ook nog op bezoek bij een aantal basisscholen in de wijk.Bron: de PlaatsmakersVoor alle buurtverhalen van de Plaatsmakers in de Aker klik hier >>
“Kinderen zijn de toekomst, daar moet je in investeren”Opgeschreven gesprek door Simone van Dijk & Simone van de WeteringAan het Ecuplein ligt de druk bezochte Julia’s snackbar. Vandaag hebben Simone en ik een afspraak met de eigenaresse van deze populaire tent. We hebben er zin in: Julia lijkt ons iemand die wel eens de ogen en oren van de wijk zou kunnen zijn.We komen de snackbar binnen en worden vrolijk door Julia en haar man begroet. Julia, een vrouw met een vriendelijke en onderzoekende blik, wijst naar een tafeltje achterin waar we met z’n drieën plaatsnemen. We vallen maar meteen met de deur in huis en vragen haar naar de ontstaansgeschiedenis van de snackbar. Julia vertelt over de droom die ze altijd al had om een snackbar te openen. “Ik wilde altijd al een snackbar zoals ik die vroeger in mijn wijk had: gewoon gezellig, een plek waar iedereen kan binnenlopen.” Hoewel ze toen nog in Nieuw-Sloten woonden, besloten haar man en zij hun kans te grijpen toen 16 jaar geleden winkelcentrum de Dukaat opende. Later zijn ze, met de kids, ook naar de Aker verhuisd. Inmiddels is Julia zo een bekende geworden in de wijk, dat ze zich af en toe net een celebrity voelt. “Ik zou liever meer anoniem zijn, maar iedereen kent me van de snackbar”.Samen opgroeien en opvoedenVolgens Julia is de buurt over het algemeen een fijne, gezellige buurt. “Niet hip, niet kak, maar gewoon een echte volksbuurt”. In de snackbar komt iedereen: jong, oud, rijk, arm. Maar, niet de hele wijk is zo gemengd als de snackbar doet vermoeden: Julia ziet een groeiende kloof tussen verschillende groepen in de wijk ontstaan. Met name sinds de komst van een tweede basisschool. “Je ziet dat verschillende groepen verschillende richtingen ingaan. Maar er is juist versmelting nodig. Alle kinderen moeten juist samen opgroeien”. Julia lijkt deze ontwikkeling meer te zien als een algemene trend in het land, dan specifiek voor de Aker. “De wijk is nog steeds de wijk, maar de wereld is aan het veranderen”.Foto: Robert Flos (CC BY)Naarmate ons gesprek vordert wordt het steeds duidelijker dat Julia veel contact heeft met de kinderen en jongeren in de buurt. Veel jongens en meiden komen bijvoorbeeld in hun schoolpauzes naar de snackbar. “Ik zie ze hier echt opgroeien”. Dat sommige buurtbewoners klagen over de jongeren in de buurt, snapt ze soms wel. Maar Julia spreekt jongeren altijd aan als ze zich niet goed gedragen. “Daarom hebben ze respect voor mij: ik laat niet met me sollen.” Ze vertelt ons over een nacht waarin ze wakker werd van pratende jongeren voor haar huis. “Ik ben gewoon in mijn ochtendjas naar buiten gelopen” (hier wil Julia’s man, die naast ons tafeltje is komen staan, toch even een duit in het zakje doen: “In haar ochtendjas nota bene!”). Ze heeft de jongeren aangesproken op het lawaai, en hun gezegd dat ze een plek moesten zoeken waar geen mensen omheen wonen. “Je moet gewoon op je strepen staan, dat respecteren ze”. Julia, zo blijkt, is niet alleen de dame van de snackbar, maar neemt ook de opvoeding van de jongeren van de Aker voor haar rekening: door respect af te dwingen en met ze in gesprek te gaan.Betrokkenheid bij de buurtVolgens Julia is een gebrek aan verbondenheid met de buurt een belangrijke reden waarom er soms problemen zijn met jongeren in de wijk. “Als iemand geen betrokkenheid en gevoel bij zijn wijk heeft, dan is het makkelijker er tegenaan te schoppen”. Hier is de gemeente volgens Julia in tekort geschoten, terwijl nou juist het Ecuplein een uitgelezen plek zou zijn om iets vanuit het stadsdeel te organiseren voor deze jongeren. Ze schudt zo wat ideeën uit haar mouw: een ijsbaan, een panna- of volleybaltoernooi, of een sportmiddag. Nu wordt het geld voor de wijk aan andere zaken besteed. “Er zijn maar weinig van mijn mede-buurtbewoners op de hoogte van de momenten dat zij inspraak kunnen hebben over de verdeling van het geld voor de wijk”. Julia is ervan overtuigd dat, als meer bewoners naar deze bijeenkomsten in het Huis van de Wijk zouden komen, het geld heel anders verdeeld zou worden.Bovendien weet Julia zeker dat de jongeren die zij kent uit de wijk goede ideeën zouden hebben. Volgens haar zou je dus juist ook deze jongeren moeten betrekken bij het maken van plannen voor de wijk. Het is ten slotte ook hun wijk. Ze belooft ons in contact te brengen met een groepje jongens die ze goed kent en waarvan ze denkt dat die het leuk zouden vinden eens met ons te praten. Julia vat haar eigen verhaal kernachtig samen: “Kinderen zijn de toekomst, daar moet je in investeren”.Bron: De PlaatsmakersVoor alle buurtverhalen van de Plaatsmakers in de Aker klik hier >>
Pagina's (1): 1